Kwantitatief beleggen


Beleggen op basis van kwantitatieve modellen heeft een aantal voordelen maar ook gevaren.

Een voordeel is dat met behulp van kwantitatieve modellen een groot aantal markten geanalyseerd kan worden zonder alle fundamentele specifieke details van die markten te kennen. Zo kan een veel breder gespreide portefeuille opgebouwd worden hetgeen sterk risicoverlagend werkt. Ook zijn de beleggingsbeslissingen gebaseerd op vastgelegde rationele gronden en niet vatbaar voor emotionele verstoringen van de verantwoordelijke beheerder. Ten slotte kan er op voorhand een schatting gemaakt worden van het te verwachten risico en daar adequaat rekening mee gehouden worden, zodat er achteraf geen vervelende verrassingen ontstaan.
Een gevaar van vertrouwen op (kwantitatieve) modellen is dat deze uiteraard gebaseerd zijn op relaties en het marktgedrag in het verleden. Redelijkerwijs mag verwacht worden dat het marktgedrag in de toekomst zal afwijken van het gedrag in het verleden, maar wel soortgelijke karakteristieken zal vertonen. Belangrijk is dan ook om te zorgen dat modellen niet specifiek zijn afgestemd op het verleden, maar een robuuste performance laten zien over een breed scala van marktomstandigheden en gebaseerd zijn op economische principes.

Ervaringen:

Gedrag in de toekomst kan substantieel afwijken van hetgeen zich ooit eerder heeft afgespeeld. Met name correlaties (en daarmee concentraties van posities en verliezen tijdens 2008) waren veel hoger dan ooit te voren. Deze ervaring is trouwens niet specifiek van kwantitatief beleggen. Ook pensioenfondsen en de Harvard/Yale endowments kregen hier mee te maken. Ook zij heroverwegen hun beleggingsaanpak naar aanleiding hiervan. Terecht of niet?

Leverage vergroot het probleem van hoger dan verwachte verliezen. Dit was iets wat LTCM al eerder ondervond en de oplossing moet misschien gevonden worden in het zonder veel leverage beleggen in risicovollere beleggingen dan met meer leverage in (schijnbaar) minder risiciovolle beleggingen. Voor wat betreft inschatting van het risico is het misschien beter om het diversificatie voordeel op nul te stellen (Murphy’s Law: alle slechte dingen zullen tegelijkertijd optreden).

Als modellen niet werken...


Is het erg als kwantitatieve modellen niet (meer) werken?

Dat ligt eraan hoe ze gebruikt worden. Als het gaat om relative value posities zeker. Er wordt immers risico gelopen (een onzekere uitkomst met een kans op verlies) terwijl de verwachtingswaarde nul is. Zeker als er gebruik gemaakt wordt van leverage om de vaak lage rendementen van relative value posities te vergroten tot de gewenste rendementen kan het niet werken van de modellen problematisch worden.

Als het gaat om selectie van long posities minder erg. In plaats van een verwachte outperformance zullen de posities nu hetzelfde risico en rendement hebben als het marktgemiddelde. Als de markt een positief verwacht rendement kent zal het risico/rendement van het kwantitatieve model gelijk zijn aan de markt.

Kwantitatieve technieken


Ik gebruik een aantal kwantitatieve technieken om te proberen een bovengemiddeld resultaat te behalen.

Selectie is het kiezen van specifieke beleggingen binnen een bepaalde markt, met als doel een bovengemiddeld rendement te halen.

Timing is een methode die kiest tussen long/short beleggen en/of uit de markt blijven, al naar gelang de marktomstandigheden. Deze marktomstandigheden kunnen zowel op technische maar ook op fundamentele factoren beoordeeld worden. Het doel is om te profiteren van stijgende markten en tijdens dalende markten weinig tot geen exposure te hebben.

Technische factoren en met name momentum beleggen blijken in onderzoeken te leiden tot een bovengemiddeld rendement met een gelijk risico. Beleggingen die in het recente verleden beter dan gemiddeld presteerden blijken dit in de nabije toekomst door te zetten.

Fundamentele factoren die een voorspellende waarde hebben zijn voor aandelen bijvoorbeeld de omvang van de onderneming (aandelen van kleinere bedrijven hebben gemiddeld genomen een hoger rendement dan aandelen van grote ondernemingen), de waardering van de aandelen (laaggeprijsde aandelen laten gemiddeld genomen een hoger rendement zien dan hooggeprijsde aandelen).

Relative Value posities spelen in op verschillende marktontwikkelingen tussen meerdere beleggingen of markten.

Directionele posities spelen in op de verwachte marktrichting van een enkele belegging of markt.

Alpha of alternatieve beta?


Zijn de gevonden factoren die een bovengemiddeld rendement een indicatie van irrationeel gedrag van beleggers of rationele risicofactoren waarvoor een (terechte) risicopremie geeist wordt?

Het zal wel een eeuwig niet op te lossen discussiepunt blijven. Zijn de genoemde factoren een bron van buitengewoon rendement veroorzaakt door irrationeel gedrag van beleggers. Of gewoon een vorm van compensatie voor risico dat niet past in een eendimensionaal risicomodel?

Voor de praktijk maakt het weinig uit. Een breed gespreide portefeuille met diverse risicobronnen (kwantitatieve rendementsfactoren) levert een hoger rendement bij hetzelfde risico op als een passieve marktbelegging. Omdat de risicobronnen niet of nauwelijks correlatie vertonen.